Nieuws
Mijn conditie bleef achter bij de kleine poel
Rubrieken: Nieuws, Verhalen en Beelden
Gepubliceerd:
Laatste update:
Bron: Eljo A. Morpurgo - MorpurgoMedia.nl In mijn hoofd zit ik nog stevig in de ontkenningsfase. “Mijn conditie is prima, je hebt gewoon een off-day.” Dat soort geruststellende leugens. Totdat je op driekwart van je rondje bent en je benen aangeven dat ze daar anders over denken. Ik weet niet hoe jullie richting de zestig manoeuvreren, maar bij mij lijkt de conditie ergens onderweg te zijn uitgestapt zonder afscheid te nemen. Gewoon, bij een bushalte langs de Kleine Poel waarschijnlijk. Uiteraard geef ik iemand anders de schuld. In dit geval de gemeente Amstelveen — of was het toch Amsterdam? — die het bos en de Poel een tijdlang hadden afgesloten. Waarvoor precies, geen idee, maar het heeft mijn topconditie in elk geval geen goed gedaan. Vroegâh liep ik hier dagelijks een rondje. Zwierf ik uren met mijn camera door de stad zonder een spier te voelen. Conditioneel een god. Nou ja, demi-god dan. Maar wel met nadruk op: was. Vandaag liep ik weer eens het vertrouwde rondje, samen met Moos. Vanaf huis net geen vijf kilometer. Een peulenschil, zou je zeggen. Alleen begon het al bij de boscamping. Een lichte vermoeidheid in de benen. Dat is zo’n signaal waarvan je hoopt dat het zich bedenkt, maar dat doet het dus niet. Langs de Schotse Hooglanders, die vandaag allemaal bij het water stonden. Moos keek, ging zitten en leek te denken: “Leuk geprobeerd, maar hier trek ik de grens.” Begrijpelijk. Het zijn geen honden die je even vriendelijk gedag zegt. Het weer werkte in elk geval mee: graadje of achttien, misschien twintig, licht bewolkt en een zacht briesje. Ideaal wandelweer. Moos snoof alsof hij een volledige inventarisatie van het bos moest maken. Verder was het rustig. Een paar sporters, wat wandelaars, en uiteraard mensen die even kwamen vertellen hoe mooi Moos is. Inclusief de standaardzin: “Mijn zus heeft er ook één, zó lief.” Labradoodles hebben blijkbaar een uitstekende PR-afdeling. Bij het boswachtershuisje koos ik eieren voor mijn geld en sloeg rechtsaf, de brug over. Het grote rondje zat er vandaag simpelweg niet in. Mijn benen hadden inmiddels een stem gekregen en die was verrassend dwingend. Heel even overwoog ik bij Silvertant in Bovenkerk een pauze. Maar ik kende mezelf: als ik daar ging zitten, zat ik er waarschijnlijk nog – wachtend op een Uber en mijn waardigheid. Dus door. Langs Bakker Bart, die net de deuren aan het sluiten was. En natuurlijk, precies op dat moment, slaat de natuur toe: je moet plassen. En dan loop je dus nét op een plek waar het niet kan. Of mag. Of sociaal wenselijk is. Dus doe je wat ieder volwassen mens doet: je negeert het en loopt stug door, in de hoop dat je blaas ook gevoel voor timing heeft. Bovenkerk uit, langs Roda, richting huis. Eenmaal thuis kreeg Moos zijn welverdiende snoepjes — hij had voorbeeldig bij elke stoep gewacht. Ikzelf ging linea recta naar de wc, wat misschien wel het absolute hoogtepunt van de wandeling was. Daarna: de beloning. Een hamburger op de BBQ. Broodje erbij, sapje, zonnetje in de tuin. Even niets. Lief en ik zakten uiteindelijk samen weg op de ligbedjes. Dat soort middagen dat je denkt: hier doe je het voor. Conclusie: ik moet meer lopen. Meer trainen. Mijn conditie ergens terugvinden waar ik ’m ben kwijtgeraakt. Na jaren van mantelzorg in en rond het huis is het tijd om ook weer een beetje voor mezelf te zorgen. En voor Moos, die er duidelijk geen enkel probleem mee heeft als we dit soort rondjes wat vaker doen. Nu mijn benen nog. Geniet van het leven
Stuur een mail
