Nieuws
Search Party
Rubrieken: Nieuws, Verhalen en Beelden
Gepubliceerd:
Laatste update:
Bron: Eljo A. Morpurgo - MorpurgoMedia.nl Ik weet niet hoe jullie kijken naar de handel en wandel van politieke machthebbers en grote technologiebedrijven, maar sinds ik een recent bericht las, zit ik in een ongemakkelijke spagaat. Een spagaat tussen veiligheid, de prijs die je daarvoor betaalt, en het besef dat je mogelijk meewerkt aan iets wat steeds minder menselijk zelfs gevaarlijk fout aanvoelt. De titel van deze column is de naam van een optie verwerkt in een deurbel camera volgens het artikel, maar de aanleiding kwam uit de rest van het artikel en de video welke mij diep raakte (BNR). Het beschrijft hoe een ogenschijnlijk onschuldige technologie tijdens een groot Amerikaans mediaspektakel in de halftime werd gepresenteerd als behulpzaam en verbindend, terwijl bij veel kijkers juist een gevoel van ongemak bleef hangen. Dat ongemak herkende ik onmiddellijk. Na meerdere inbraken in de straat en zelfs drie pogingen bij ons thuis hebben wij jaren geleden camera’s opgehangen. Dat besluit was rationeel en begrijpelijk. Camera’s schrikken af en geven je inzicht: meldingen bij beweging, meekijken op afstand en de mogelijkheid om direct actie te ondernemen. In onze buurt maakten veel mensen dezelfde afweging. Het effect was duidelijk. Het aantal inbraken nam af, al verschijnen er nog steeds filmpjes in de buurtpreventie-app. Beelden van nietsvermoedende dieven die plotseling in fel licht staan, omdat een camera en verlichting tegelijk aanspringen. Technologie die zijn werk doet, zou je zeggen. Maar toen kwam dat artikel. Daarin werd beschreven hoe particuliere camerabeelden in de Verenigde Staten steeds vaker actief worden ingezet door opsporings- en handhavingsdiensten. Life beelden doorgegeven zonder dat eigenaren dit weten. Dat is nu nog “ver weg”, aan de andere kant van de oceaan. Maar hoe zeker weten we dat dit hier niet gebeurt, of in de toekomst niet zal gebeuren? Wat weten we eigenlijk van de mate waarin overheden toegang kunnen krijgen tot particuliere camera’s, direct of indirect? En hoe transparant zijn de systemen die we dagelijks gebruiken? Laat ik duidelijk zijn: ik heb niets te verbergen. Maar het idee dat een vriendelijk verpakte toepassing — een zoekgeraakt huisdier, een deurcamera van een behulpzame buur — kan uitgroeien tot een fijnmazig controlesysteem, daar wringt het. Ik wil niet bijdragen aan een infrastructuur die kan worden ingezet om mensen op te sporen, te volgen of uit te sluiten. Het vooruitzicht dat camera’s automatisch kentekens, gezichten of bewegingspatronen analyseren, voelt als een grens die ongemerkt wordt overschreden. Tegelijkertijd is de werkelijkheid weerbarstig. De aanschaf was kostbaar en de geboden dienst is moeilijk te vervangen. Is dit waar we langzaam in zijn beland? Een samenleving waarin veiligheid en controle steeds verder samenvloeien, en waarin we collectief meewerken aan systemen die we individueel misschien helemaal niet willen? Waarvan we toen dachten dat het van ons was maar dit nu niet meer zo is. De grenzen van veiligheid vervagen, en daarmee ook de grenzen van wat menselijk voelt. Moet ik alles losschroeven en hopen dat Moos het huis bewaakt als waakhond? En als Moos met ons meegaat, hoe veilig voelt het dan nog? De keuze wordt steeds moeilijker. We zijn afhankelijk geworden van grote, onzichtbare diensten, zelfs als we daar principieel moeite mee hebben. Na de inbraakpogingen heb ik wekenlang slecht geslapen. Nu ga ik met iets meer rust naar bed. Die angst slijt langzaam, en die ervaring wil ik niet opnieuw meemaken. Maar rust kopen met de prijs van onbewuste medewerking aan een systeem dat steeds verder doorschuift richting onmenselijkheid? Dat blijft een vraag waar ik voorlopig geen geruststellend antwoord op heb. Geniet van het leven
Stuur een mail Veiligheid
Dystopische surveillance
Tweestrijd
Principieel handelen
