Mijn Historisch Amstelveen
De Dorpskerk weer bij de tijd?
Rubrieken: Mijn Historisch Amstelveen, Nieuws
Gepubliceerd:
Laatste update:
Bron: Vereniging Historisch Amstelveen/M
Aan het plein aan de Dorpsstraat in Amstelveen staat een markante kerk, ooit gebruikt door de Nederlands Hervormde Gemeente. In de volksmond is de kerk bekend als de Dorpskerk. Op deze plek heeft al eeuwenlang een kerk gestaan.
Het huidige gebouw dateert uit 1867 en herbergt in de toren een mechanisch uurwerk. Bij een restauratie van de toren in 1998 is het uurwerk door vrijwilligers uit de kerk zorgvuldig gereviseerd. Begin 2011 sloot de kerk haar deuren, waarna het gebouw werd verkocht. Tegenwoordig is er o.a. een tandartspraktijk gehuisvest. Sinds de sluiting van de kerk staat het torenuurwerk stil. Het uurwerk zou gerestaureerd moeten worden, maar de kosten hiervan zijn hoog.
Dit uurwerk van de firma J.H. Addicks & Zoon werd aangebracht toen in 1918 vóór de kerk een toren werd geplaatst. Dit gebeurde op kosten van de gemeente Amstelveen. Vanaf 1875 was de gemeente namelijk eigenaar van het uurwerk in de toren. Dat zat zo.
Een uurwerk voor het dorp
Ooit was het uurwerk van groot belang voor de Amstelveense gemeenschap. Het Oude Dorp was het centrum van de gemeente en voor de juiste tijd was men afhankelijk van openbare klokken. In 1874, toen vervanging van het uurwerk nodig was, vroeg het kerkbestuur de gemeenteraad de kosten te dragen. Een torenuurwerk was immers in het algemeen belang, zo luidde het argument. De gemeenteraad wees het verzoek in eerste instantie af. De kerk en de toren waren eigendom van de hervormde kerk. Als deze kerk een uurwerk zou krijgen, dan zouden andere kerken dit ook willen.
Pas nadat bijna veertig Amstelveners het verzoek steunden per brief, besloot de raad in 1875 een uurwerk in de kerktoren te laten plaatsen. Het sloeg ieder kwartier en was eigendom van de gemeente, die ook zorgde voor het onderhoud.
Evenzo kreeg het kerkbestuur van de Dorpskerk 25 gulden voor het dagelijks luiden van de klok tijdens het middaguur. Ook dit werd gezien als algemeen belang.
Een nieuw uurwerk
In 1918 werd geconstateerd dat het uurwerk, ondanks een recente, kostbare reparatie, niet goed meer liep en werd het vervangen.
In 1927 sloeg de bliksem in de kerktoren. Bij het herstel werd de toren verhoogd. Ook het uurwerk werd hersteld en hoger in de toren geplaatst. Het kreeg toen een vierde wijzerplaat. Dit alles op kosten van de gemeente. De gemeente onderzocht ook nog de mogelijkheid om het uurwerk te verlichten, maar hier werd vanaf gezien vanwege de hoge kosten.
De firma Addicks onderhield het uurwerk in opdracht van de gemeente, maar berichtte in 1938 dat zij dit niet meer konden doen voor 12,50 gulden per jaar. De gemeente stemde in met een verhoging naar 25 gulden, op voorwaarde dat de regelmatige storingen in het uurwerk tot het verleden zouden behoren. De firma Addicks zou het uurwerk tot 1946 onderhouden, waarna de firma Peereboom aan de Amsterdamseweg het overnam.
Verlichting of niet?
De Hervormde Gemeente wilde in 1938 graag een elektrisch uurwerk dat naar vier zijden verlicht was. Het gemeentebestuur wilde nog wel meegaan met verlichting aan de pleinzijde voor de buspassagiers, maar wilde de ervaringen met het elektrisch uurwerk van de St. Annakerk afwachten. Uiteindelijk besloot het gemeentebestuur het uurwerk van de Dorpskerk niet te verlichten. Eén verlicht uurwerk, namelijk dat van de Annakerk, was voldoende. De Hervormde Gemeente was het daar niet mee eens. In het Oude Dorp was toen een treinstation en ook de treinreiziger zou profiteren van een vierzijdig verlicht uurwerk op de Dorpskerk.
Opnieuw problemen met het uurwerk
In 1948 legde ook Peereboom de onderhoudswerkzaamheden neer. Er was bovendien het probleem dat het uurwerk hersteld moest worden vanwege de jarenlange hoge vochtigheid in de toren. De gemeente probeerde een deel van de kosten te verhalen op de Hervormde Gemeente, die immers verantwoordelijk was voor de vochtigheid in de toren.
Tien jaar daarna waren er opnieuw problemen met het functioneren van het uurwerk. Het was van slag en moest worden schoongemaakt. Dat was gebeurd, maar daarna was er weer een defect opgetreden. De gemeente constateerde dat de koster onvoldoende accuraat omsprong met het uurwerk.
De overdracht van het uurwerk
De vraag kwam op of het onderhouden van een uurwerk nog wel een taak van de gemeente was. De gemeente besloot het plaatsen en onderhouden van uurwerken te beëindigen. In 1960 droeg de gemeente het torenuurwerk gratis over aan de Dorpskerk, met een afkoopsom van 2500 gulden voor het in stand houden van een goedlopend uurwerk. De jaarlijkse vergoeding voor het luiden van de klok rond het middaguur verviel eveneens. Dit was door andere vormen van tijdsaanduiding ook niet meer nodig.
Toch ging het in 1968 al mis: het uurwerk functioneerde vaak niet en de gemeente herinnerde de kerkenraad aan de onderhoudsplicht.
De dorpskerk weer bij de tijd?
Hoewel een lopend torenuurwerk tegenwoordig niet meer van praktisch belang is, verdient dit prachtige stuk techniek van een befaamde uurwerkmaker het ook nu nog de juiste tijd aan te geven. Een bijdrage van de gemeente en toezicht op het onderhouden ervan kan er wellicht voor zorgen dat het uurwerk weer kan functioneren.
Bronnen:
Archief van de Hervormde Gemeente Amstelveen
Archief van de Gemeente Amstelveen, secretarie, toegang: 30355, inventarisnummer 4337
Afbeelding: eigen foto
