Mijn Historisch Amstelveen
Elsenhove 50 jaar speelboerderij
Rubrieken: Mijn Historisch Amstelveen, Nieuws
Gepubliceerd:
Laatste update:
Bron: Vereniging Historisch Amstelveen/M Dit jaar viert speelboerderij Elsenhove het vijftigjarig bestaan. Maar Elsenhove blijkt veel ouder te zijn dan deze vijftig jaar. De oorsprong van de boerderij gaat terug tot 1612, toen een collectief van twaalf investeerders eigenaar was van een naamloze hoeve in de Middelpolder. Vermoedelijk was het voor hen een beleggingsobject, waar zij niet woonden. Elsterhove Boelens is degene die de boerderij voor het eerst een naam geeft: Elsterhove, vermoedelijk afgeleid van de achternaam van zijn vrouw, Gerula van der Helst. In de loop van de tijd werd dat Elsenhove. Gerula hertrouwde met Matheus Houtkamp, en hun zoon Jan werd later eigenaar. Op een kaart uit 1779 staat Elsenhove aangeduid als herberg. Het is niet duidelijk of dat een nevenfunctie was van de toenmalige eigenaar. In 1788 kwam er een belangrijke verandering: voor het eerst werd Elsenhove gekocht door eigenaar‑gebruikers, namelijk Hendrik van Zeventer en Willem Zagt. Zagt had ontslag genomen als opzichter van de Bovenkerkerpolder om boer te worden. Samen breidden zij Elsenhove uit met een naastgelegen boerderij van veertig hectare, een bezit dat eerder bekendstond als Achter de laatste stuiver, later Overkerk en Bijdorp. Daarmee werd Elsenhove een aanzienlijk agrarisch bedrijf. Na het overlijden van beide mannen in 1808 kwam de boerderij in handen van Gerrit A. Meijers, eveneens een boer en actief in het lokale bestuur. Zijn zoon Pieter volgde hem op in 1828, maar kreeg slechts de helft van het bezit; de andere helft ging naar zijn zus Rijkje en haar man Klaas Oudshoorn. De periode was turbulent door de grootschalige vervening van de Middelpolder. Grote delen van het land werden afgegraven, wat de bedrijfsvoering ingrijpend veranderde. In 1852 werd Elsenhove verkocht aan Hendrik Frederik Bultman, een Amsterdamse assuradeur die zich later assuradeur‑veenman noemde. Bij de verkoop werd de boerderij omschreven als een bedrijf met stalling voor zestien koeien en één paard, een hooiberg, moestuin en boomgaard. In 1872 erfde Pieter Oudshoorn de helft van Elsenhove en kocht in 1879 de andere helft. Hij speelde een prominente rol in de vervening van de zuidelijke Middelpolder en werd voorzitter van het veenderijbestuur. De vervening werd in 1881 voltooid en de grond opnieuw verdeeld; Oudshoorn kreeg ruim zeven hectare toegewezen. Hij was een gewaardeerd lid van de lokale gemeenschap, actief in zowel het polderbestuur als de kerk. Na zijn overlijden in 1886 werd Elsenhove openbaar verkocht. Familie Van ‘t Schip De hoogste bieder was Krijn van ’t Schip, die de boerderij kocht voor zijn zoon Johannes Petrus van ’t Schip. Deze verhuisde vanuit de Zevenhovense droogmakerij naar de vruchtbaardere grond van de Middelpolder. Johannes Petrus trouwde met Maria de Jong en kreeg vier kinderen, onder wie Nicolaas Johannes, die later de boerderij zou overnemen. De familie Van ’t Schip zou bijna een eeuw lang verbonden blijven aan Elsenhove. Een nieuwe boerderij In 1931 veranderde de situatie drastisch. De provincie wilde een nieuwe verbindingsweg aanleggen tussen Haarlem en Hilversum, de latere Burgemeester van Sonweg, die dwars door de stal van Elsenhove zou lopen. Er werd een overeenkomst gesloten waardoor Van ’t Schip een nieuwe boerderij kon bouwen. Het eeuwenoude Elsenhove werd gesloopt. De nieuwe boerderij kwam in 1932 aan de Bankrasweg, op een noordwestelijker gelegen plek. Dit gebouw zou later, vanaf 1976, bekend worden als de speelboerderij Elsenhove. Het leven op Elsenhove was intensief: het bedrijf omvatte tien hectare land en werkte met een gemengd systeem van melkvee en varkens, waarbij groenteafval uit Amsterdam als bijvoer diende. De familie Van ’t Schip had in totaal vijftien kinderen, geboren tussen 1929 en 1949. Geen van hen zette het boerenbedrijf voort. Speelboerderij In 1965 kocht de gemeente Amstelveen de boerderij, onder de voorwaarde dat Nicolaas Johannes van ’t Schip er mocht blijven wonen zolang hij wilde. In 1974 kwam het pand vrij en kon de omvorming tot speelboerderij beginnen. Elsenhove kreeg drie hoofdfuncties: boerderij, een avontuurlijke speelplaats en een taak voor educatie. Elsenhove was meer dan een kinderboerderij en werd een speelboerderij. Regelmatig in het jaar werden in samenspraak met de beheerder grotere publieksmanifestaties georganiseerd: Pasen, schaapscheren, broodbakken, zomerfeesten, etc. Vanaf het eerste moment waren vrijwilligers een belangrijke pijler voor het succes van de speelboerderij. Jaarlijks ontvangt de boerderij ruim 100.000 bezoekers. Gebaseerd op: Elsenhove, thuis in de Middelpolder, van veengebied naar speelboerderij, uitgave Vereniging Historisch Amstelveen en gemeente Amstelveen, 2016 Foto’s: gemeente Amstelveen
Pas aan het begin van de achttiende eeuw (in 1712) is er weer een spoor van de boerderij. Dan verkopen de erven van Neeltje Dirks de boerderij aan Willem Volbeda. Na zijn overlijden in 1733 kwam de boerderij in handen van Lodewijk Boelens. Het gebouw dat er toen stond, was een typisch achttiende-eeuws boerderijtype: rietgedekt, met een opkamer en melkkelder, gelegen op het hogere, niet‑uitgeveende deel van de polder. De plek komt overeen met de huidige parkeerplaats van de speelboerderij. 

