Nieuws
Het 27MC bakkie
Rubrieken: Nieuws, Verhalen en Beelden
Gepubliceerd:
Laatste update:
Bron: Eljo A. Morpurgo - MorpurgoMedia.nl
Stuur een mail
Ik weet niet meer precies wie ermee kwam, maar opeens was daar de 27MC. Misschien was het Leo. Hij liep altijd voorop als het om nieuwe snufjes ging. De eerste met een windsurfuitrusting, de eerste die in Amsterdam importplaten ging kopen. Eigenlijk was hij overal de eerste mee, dus waarschijnlijk ook met de 27MC. Een topgozer. Mijn leven had er heel anders uitgezien als ik hem en zijn vader en moeder niet had gekend.
Het was een behoorlijk apparaat, met een microfoon aan een krulsnoer, waarmee je met anderen in de omgeving kon praten. Er waren allerlei protocollen en iedereen had een bijnaam. Daar zal ik jullie nu niet mee vermoeien, maar het duurde niet lang voordat de halve buurt ook zo'n bakkie had. Eerst met een bescheiden auto antennetje, later met een mast van een meter of vijf op de schoorsteen.
Mijn vader vond dat dat nóg hoger kon. Hij monteerde een steigerpijp van zes meter op de schoorsteen, met de antenne er bovenop. Ik denk dat het geheel bijna twintig meter hoog was. Achteraf vraag ik me af of de buren dachten dat we contact zochten met de maan. Het was een van die zeldzame momenten waarop mijn vader niet de duivel zelf leek, zal ik maar zeggen.
En zoals kinderen tegenwoordig uren achter hun computer zitten, zaten wij toen uren achter het bakkie.
We praatten met elkaar, maar ook met wildvreemden ergens in de wijk. Meestal wist je niet eens wie er aan de andere kant zat, want iedereen gebruikte een bijnaam. Omdat wij vlak bij snackbar Ti-Jo woonden, hadden opvallend veel mensen een snack als roepnaam. Als je daar nu op terugkijkt, is dat eigenlijk best hilarisch.
Natuurlijk bleef het niet bij alleen praten. Ik ging ook experimenteren met een kacheltje of een broodje. Dat was geheimtaal voor een lineaire versterker waarmee je nét wat meer vermogen uit je zender haalde. Vervolgens schroefde je het bakkie open om er iets bij te solderen, zodat je tussen de officiële kanalen terechtkwam. Daar kon je dan zogenaamd in alle rust geheime gesprekken voeren. Alsof wij pubers staatsgeheimen uitwisselden. Maar techniek fascineerde me nu eenmaal al van jongs af aan.
Het mooist waren de nachten. Als het rustig werd op de band, zette je het broodje aan en keek je hoe ver je kwam. Ik vond het prachtig om ineens een vrachtwagenchauffeur ergens ver weg aan de lijn te krijgen en dan te zien hoe lang het gesprek standhield voordat het signaal langzaam wegviel.
En natuurlijk waren er de QSL-kaarten. Dikke kaarten van ongeveer A5-formaat, met je bijnaam en gegevens erop gedrukt. Die ruilde je met mensen waar je contact had gehad. Er waren zelfs bijeenkomsten waar je ze kon uitwisselen. Een soort LinkedIn, maar dan zonder advertenties.
En dan was er nog de PTT. Die reed rond in herkenbare busjes, op zoek naar mensen die nét iets te enthousiast met hun zendvermogen omgingen. Een broodje zorgde namelijk niet alleen voor een groter bereik, maar soms ook voor ongewenste storing. Aan vliegtuigen, hulpdiensten of andere gebruikers dachten we toen eerlijk gezegd niet zo. Zodra iemand riep dat de PTT in de buurt was, trok je vliegensvlug de stekker eruit en wachtte je rustig tot de kust weer veilig was.
Als ik erop terugkijk, was het voor mij waarschijnlijk meer dan alleen een hobby. Het was ook een manier om even aan de dagelijkse werkelijkheid te ontsnappen en een wereld te ontdekken die veel groter was dan onze eigen straat.
En nu vraag ik me af: bestaat het eigenlijk nog? De 27MC, de bakkies, de antennes op de schoorsteen en de mensen die tot diep in de nacht zitten te luisteren? Of is dat inmiddels net zo'n nostalgisch geluid als het gekraak van een ouderwetse platenspeler?
Geniet van het leven
Deze column is mede mogelijk gemaakt door Linux Mint OS geschreven in LibreOffice.
#27mc #qslkaart #zendamateur #ptt #broodje #signaal #bakkie #kacheltje
