Mijn Historisch Amstelveen
Klinkend erfgoed vanuit Amstelveen bewaard
Rubrieken: Mijn Historisch Amstelveen, Nieuws, Maatschappij
Gepubliceerd:
Laatste update:
Bron: Jan van der Male/M
De Dorpskerk is alweer meer dan tien jaar niet meer als kerk in gebruik. Eeuwenlang herbergde de Dorpskerk een orgel, waarop muziek werd gemaakt en waarmee de organist het zingen van de Amstelveners in goede banen leidde. Hoe zag dit orgel eruit en hoe klonk het? Sinds kort kunnen we delen ervan weer zien en horen!
Het 19e-eeuwse orgel
Hoewel er in de middeleeuwen al orgels bestonden, had de oude Dorpskerk van Amstelveen toen nog niet zo’n instrument. Het zou tot 1818 duren voor de twee orgelbouwers Hermanus Knipscheer en Jacob Vool uit Amsterdam een orgel leverden aan de Dorpskerk in Amstelveen. Vool was een beroemde bouwer van huisorgels. Knipscheer had het orgelbouwersambacht bij een andere huisorgelbouwer geleerd, maar had nog maar heel beperkt ervaring als bouwer van kerkorgels. Die zijn toch een formaatje groter en mogelijk riep hij daarom de hulp van Vool in. Andere kerkorgels van beide heren in compagnonschap zijn niet bekend, Vool overleed ook korte tijd later. Er zijn geen foto’s van dit oude orgel, maar het zag eruit als “wel geordoneerd, rustende op twee colommen, fraay geschilderd, de kap verziert met twee engelen met bazuinen.”
Het Knipscheer/Vool-orgel werd in 1867 overgeplaatst naar de huidige Dorpskerk.
In 1903 wordt besloten een ander orgel aan te schaffen. Het oude orgel wordt voor bijna ƒ 250,- verkocht. Vermoedelijk wordt het in sterk verbouwde toestand geplaatst in de Gereformeerde Kerk in Emmen en dat betekent dat je voor een indruk van de klank tegenwoordig naar de Gereformeerde Kerk van Weite (een buurtschap vlak bij Vlagtwedde in Drenthe) moet gaan, waar het alweer heel wat decennia staat.
Het orgel uit 1904
Het Amsterdamse orgelbouwersbedrijf D.G. Steenkuyl krijgt opdracht een nieuw orgel voor de Dorpskerk te maken. Het wordt in het voorjaar van 1904 in gebruik genomen. Een journalist signaleert bij het ingebruiknameconcert “een dichte menigte” in het kerkgebouw. “’t Was een avond vol rein genot zooals te Amstelveen nog niet was voorgekomen.” Een Amsterdamse organist roemt “de krachtige frissche toon van het volle werk, de mooi geintoneerde tongwerken, de droomerige vox celeste”.
Een halve eeuw later wordt de situatie heel anders beoordeeld. Bernhard Steinvoort, cantor-organist van de hervormde Kruiskerk stuurt eind jaren ‘50 een brief naar de kerkvoogdij en zijn betoog komt erop neer dat het orgel “volkomen op” is. Dominee Hinlopen “oppert nog de mogelijkheden van een vleugel. Hoe denken de andere predikanten daarover?” Een antwoord geven de notulen daar niet op, maar uit het vervolg van de geschiedenis blijkt dat men in een orgel meer heil ziet. De firma Verschueren uit het Limburgse Heythuysen staat goed bekend en krijgt de opdracht een nieuw orgel te bouwen. Daarbij wordt de orgelkas uit 1904 hergebruikt. Deze wordt minder diep gemaakt en voorzien van een onderkas, waarin de speeltafel wordt gemaakt. Er komt een nieuwe kas achter de rug van de organist, vooraan de balustrade, een zogenoemd rugwerk. Een aantal pijpen uit het oude orgel wordt ook hergebruikt, namelijk de Trompet, Dulciaan, Bourdon 16 voet en de 12 grootste pijpen van de Roerfluit en Holpijp. Dat laat wel zien dat het oude orgel niet in alle opzichten versleten was, het was vooral de overbrenging tussen toets en pijp die de geest had gegeven.
Het 509e opus van Verschueren wordt op zondagavond 25 september 1960 in gebruik genomen waarbij het wordt bespeeld door Frits A. Mehrtens, die het instrument samen met organist Simon C. Jansen ook keurt. Zij vinden dat het orgel “een eerlijk geluid van zich” geeft.
In 1985 worden er nog pijpen bijgeplaatst (een Bazuin), maar na verkoop van de kerk verdwijnt in 2012 het orgel.

Een nieuwe toekomst in Nieuwdorp
Het Dorpskerkorgel wordt opgeslagen bij orgelbouwer Pels & Van Leeuwen, maar als dit bedrijf failliet gaat, wordt het orgel in verschillende losse onderdelen verkocht. De kas van het rugwerk gaat naar Polen.
Enkele losse groepen pijpen (registers) worden los verkocht en het overige, waaronder de grote orgelkas uit 1904, gaat naar twee ambitieuze orgelbouwers, die het plan hebben er weer een compleet orgel van te maken. Daar zien ze echter na een poosje van af en ze verkopen het restant van het Dorpskerkorgel aan orgelmaker René Nijsse in Zeeland.
In februari 2026 is het instrument geplaatst in een nieuwe kerk van de Gereformeerde Gemeente in Nieuwdorp, een dorpje vlakbij de Sloehaven in Zeeland. De orgelkas van Steenkuyl is opnieuw verbouwd, nu bespeelt de organist het orgel aan de zijkant. Verschillende pijpen uit het Amstelveense orgel uit 1904 en 1960 hebben opnieuw een plek in dit orgel gekregen.
Klinkend erfgoed bewaard
Het is bijzonder dat op deze manier klinkend erfgoed uit Amstelveen nog bewaard is gebleven. Enerzijds de 19e-eeuwse klanken in het oosten van het land, anderzijds de geluiden die de Amstelveners in de 20e eeuw in de kerk hoorden, in het zuidwesten.

Het orgel in de kerk van Nieuwland, foto Jan van der Male
Overige foto's: particuliere collectie
