Nieuws
Niemand kookt met dezelfde ingrediënten
Rubrieken: Nieuws, Maatschappij
Gepubliceerd:
Laatste update:
Bron: D '66/M
Kort geleden zat ik met mijn beste vriend Stan in de auto, toerend door Moldavië vanuit Chisinau richting Cricova over betonnen snelwegen. Met de warme zon op ons gezicht en hoppend van tankstation naar tankstation om water te kopen ontstond een mooi gesprek.
Ik merk dat wij de diepste conversaties hebben als wij op reis zijn. Zo ook in de auto. Ik vroeg hem heel spontaan hoe het is om een witte man met zeven vinkjes te zijn in Nederland. Die vinkjes staan voor de kenmerken die in de literatuur gelden als maatschappelijke standaard: wit, man, hetero, universitaire achtergrond, één of meer theoretisch opgeleide en welgestelde ouders, VWO/Gymnasium afgerond, en zo verder. Hij vertelde dat hij zich comfortabel voelt met wie hij is en wat hij tot op heden heeft bereikt in zijn leven. Natuurlijk ben ik blij voor hem en heel trots op hem. Toch zocht ik naar meer diepgang. Ik probeerde de situatie te schetsen dat dit voor veel mensen niet vanzelfsprekend is door bepaalde aangeboren eigenschappen die hen in de weg kunnen zitten. Ik doelde op intersectionalisme, daar later meer over. Ik nam mijzelf als voorbeeld: ik ben een vrouw van kleur met uiterlijk drie van de zeven vinkjes. Stan bracht de invloed van context als ander perspectief in, naast de factoren van het intersectionalisme.
Dit gesprek bracht mij bij een soort kern van hoe onze maatschappij werkt voor een individu. Dat werkt naar mijn idee als een kookrecept. Of een gerecht lukt, hangt niet alleen af van de hoofdingrediënten, maar van élke afzonderlijke specerij, de hoeveelheid ervan en de kwaliteit van de pan waarin je kookt, bijvoorbeeld. Verschillende factoren, en ook verschillende soorten factoren: wendbare en minder wendbare. Het is namelijk tijdens het koken ook van belang dat je zin hebt om te koken en een recept hebt uitgekozen dat niet al te moeilijk is. Precies zo werkt intersectionalisme: het is een concept dat stelt dat jouw maatschappelijke positie wordt gevormd door een samenspel van verschillende factoren die elkaar voortdurend beïnvloeden. Ik maak daarbij onderscheid tussen interne, minder of niet wendbare factoren (jouw onveranderlijke identiteit en biologische kenmerken, zoals huidskleur, gender en geaardheid; de vaste ingrediënten die je nu eenmaal in huis hebt) en externe, wendbare factoren (de positie en middelen die je krijgt of mist, zoals opleiding, financiële achtergrond en sociaal kapitaal; de specerijen die je gaandeweg kunt toevoegen of juist mist).
Gefouilleerd worden in Colombia door westers uiterlijk
Later in het gesprek kwam Stan met een voorbeeld uit Colombia. Hij is daar op reis staande gehouden door de politie en zonder legitieme reden gefouilleerd. De agenten wilden geld verdienen; zijn westerse uiterlijk maakte hem op dat moment een doelwit. Alleen door veel geld te bieden kwam hij vrij. Enorm vervelende situatie.
Ik heb daaraan toegevoegd dat ik ook zelf extra gecontroleerd ben, zowel bij aankomst op de luchthaven in Colombia als bij terugkomst op Schiphol. Mijn eerste reflex was dit te verklaren vanuit een externe factor: de vlucht Amsterdam-Bogotá geldt nu eenmaal als risicovlucht, en dat het aan beide kanten van de reis gebeurde, maakte die verklaring alleen maar aannemelijker. Dat mechanisme kijkt naar vluchtgegevens, niet naar hoe je eruitziet.
Interessant genoeg gebeurde er in Colombia zelf ook iets tegenovergestelds: op straat werd ik door locals juist gezien als Colombiana, puur op basis van mijn uiterlijk. Niet elke situatie laat dus hetzelfde ingrediënt de smaak bepalen. Dezelfde eigenschap kan in de ene context onopgemerkt blijven, terwijl in de andere context een heel ander mechanisme bepaalt wat er met je gebeurt.
Het verhaal van Stan laat eenzelfde soort mechanisme zien, waar ik persoonlijk zelden bij stilsta: hoe context niet alleen bepaalt wát er gebeurt, maar ook wélke eigenschap daarbij de doorslag geeft. Waar Stan het vooral heeft over externe factoren, hoe de buitenwereld, zijn vinkjes of een specifieke situatie zijn positie beïnvloeden, kijk ik vanuit mijn studie en interesse juist naar de interne factoren. Ik zie intersectionalisme in de literatuur vaak beschreven als een concept dat draait om de gewortelde identiteit van individuen die vanuit marginale posities met een 10-0 achterstand beginnen ten opzichte van de reference man met zeven vinkjes, de maatschappelijke standaard. Wanneer we ons blindstaren op enkel die vaste kaders, ontbreekt de dynamiek van context en individueel verhaal, en daarmee ook het besef dat rollen kunnen omdraaien. Ik heb geleerd dat intersectionalisme bij iedereen hoort, ook bij mensen met meerdere vinkjes, en niet alleen bij mensen uit marginale of achtergestelde groepen.
Sommige recepten zijn ontoegankelijk
Toch zie je dat externe factoren en contexten elkaar overlappen en subgroepen ontoegankelijk maken. Subgroepen zijn gesloten netwerken binnen de maatschappij met hun eigen waarden en ongeschreven regels, hun eigen keukengeheimen zeg maar, die je nergens op een kaartje uitgeschreven vindt. Zo vertelde Stan over een vriendin van hem: zij heeft moeite met participeren in groepen, niet door wie ze is (haar identiteit, interne factoren), maar omdat ze is opgegroeid in armoede en daardoor een beperkt sociaal kapitaal heeft meegekregen (een externe factor). Later in haar leven wilde zij bijvoorbeeld gaan golfen, maar merkte ze dat de drempel niet lag bij de sport zelf, maar bij alles eromheen: het vooraf prosecco drinken, weten wanneer je wel of niet mag praten tijdens iemands swing, welke kleding je aantrekt in de clubhuis-lounge. Al die ongeschreven etiquettes vormden samen een recept dat zij niet van huis uit had meegekregen. Ze moest het gaandeweg leren koken, terwijl anderen om haar heen het al jaren op gevoel deden.
De maatschappij heeft regels
Stan en ik stelden vast dat ook formele regels in onze samenleving een individu kunnen tegenhouden om tot een subgroep te behoren. Een expat mag bijvoorbeeld pas na vijf jaar wonen in een gemeente stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen. Die regel is formeel en moralistisch legitiem, maar hij stelt wel een duidelijke voorwaarde aan wie tot de in-group behoort en wie niet. Een in-group is de groep waarmee iemand zich identificeert en waartoe zij of hij zich als lid beschouwt, in tegenstelling tot een out-group waarmee men zich niet identificeert. Ook dat is een ingrediënt dat niet iedereen op hetzelfde moment in de kast heeft liggen: tijd, en het wachten daarop, is óók een factor die je kansen bepaalt.
Begrijp mij niet verkeerd: ik wil geen slachtofferrol aannemen en ik wil de reference man niet weggooien uit de discussie. Ik wil verschillende situaties in perspectief plaatsen door het nieuwe inzicht van Stan. Waar Stan laat zien hoe context je positie kan beïnvloeden, laat ik zien hoe interne factoren je kansen structureel bepalen. Als die twee samenkomen, zie je dat intersectionalisme geen starre lijst is van meest zielig naar meest bevoorrecht. Dat wordt volgens mij de verkeerde discussie. Het is een breed spectrum van de oneindige verscheidenheid van mensen. Of, om bij het beeld te blijven: niemand kookt met dezelfde ingrediënten, dezelfde pan, of onder dezelfde omstandigheden, en toch wordt iedereen geacht een eetbaar gerecht op tafel te zetten. Het doel moet zijn om elkaars startpositie beter te begrijpen, niet om mensen uit te sluiten van het gesprek.
Naar mijn idee is de hamvraag die hieruit volgt: vormen externe factoren jouw individuele identiteit? Of hebben deze factoren vooral invloed op jouw positie, terwijl je identiteit primair gaat over je interne referentiekader? Persoonlijk denk ik dat interne en externe factoren continu met elkaar in wisselwerking staan. Mijn eigen Colombia-anekdote laat zien dat het niet altijd dezelfde factor is die de doorslag geeft: dezelfde eigenschap kan in de ene situatie irrelevant zijn en in de andere juist alles bepalen. Toch maakt het wel een wezenlijk verschil of we praten over wie je bent, of over de maatschappelijke kaart die je is toebedeeld. Pas als we zien hoe context, interne factoren en externe factoren op elkaar inwerken, hoe ze samen het recept vormen dat iemand krijgt voorgeschoteld, begrijpen we de echte complexiteit van mens-zijn.
DISCLAIMER:
Overigens is het goed om te benadrukken dat klasse of opleiding in de praktijk niet voor iedereen zomaar een losse toevoeging is. Ook die hangen vaak nauw samen met je oorsprong. Maar voor de duiding van dit gesprek helpt het om onderscheid te maken tussen wat vaststaat en wat wendbaarder is.
Foto: D'66
