Nieuws
Column: Als de muren konden meepraten
Rubrieken: Nieuws, Verhalen en Beelden
Gepubliceerd:
Laatste update:
Bron: Hennie Buffing, beheerder van De Meent
UIT DE MEENT. Een kijkje in de dagelijkse praktijk van De Meent
De kogel is door de kerk: De Meent krijgt een nieuw gebouw.
Dat klinkt onmiddellijk alsof er morgen iemand met een bouwhelm voor de deur staat. Dat is niet het geval. De koffieautomaat hoeft nog niet te worden losgekoppeld, de biljartballen kunnen gewoon blijven liggen en niemand hoeft alvast zijn vaste stoel mee naar huis te nemen.
We hebben het over een project dat nog jaren gaat duren. Er kan dus eerst nog behoorlijk wat koffie worden gedronken.
Maar het besluit is er. Er komt ergens in de toekomst een nieuw gebouw voor De Meent en daarmee ontstaat vanzelf de vraag hoe dat gebouw eruit moet zien.
Nieuwbouw maakt iedereen bouwkundige
Daar wordt achter de schermen uiteraard over nagedacht, overlegd en vergaderd. Want zodra er een nieuw gebouw in beeld komt, volgen de tekeningen, wensenlijstjes en agenda’s vanzelf.
Over de inhoud van al die gesprekken gaan we hier niets verklappen. Dit is een column uit de dagelijkse praktijk, geen geheime blik in een map met bouwplannen.
Al denken bezoekers daar soms anders over.
Zodra het woord ‘nieuwbouw’ valt, blijkt namelijk dat vrijwel iedereen over een verrassend goed ontwikkeld bouwkundig instinct beschikt.
Er wordt naar muren gekeken alsof ze persoonlijk verantwoordelijk zijn voor hun opvolging. Deuropeningen worden beoordeeld, stopcontacten geteld en plafonds krijgen ineens kritische blikken die ze jarenlang zijn bespaard.
Iemand zegt dat het ‘allemaal best wat moderner’ mag. Een ander vraagt onmiddellijk of dat betekent dat alles straks wit wordt.
Dat mag natuurlijk niet.
Wat precies niet wit mag worden, blijft onduidelijk, maar de bezorgdheid is oprecht.
Een gebouw met gebruiksaanwijzingen
Ons huidige gebouw staat ondertussen bepaald niet op instorten. Wie binnenkomt, hoeft niet eerst te controleren of het dak nog boven de bar hangt.
De deuren gaan open, de zalen worden gebruikt en de verwarming probeert met wisselend succes iedereen tevreden te houden.
Maar eerlijk is eerlijk: hier en daar heeft het gebouw in de loop der jaren wat van zijn glans verloren.
Sommige onderdelen zijn zichtbaar intensiever gebruikt dan de architect ooit voor ogen had. Andere hebben inmiddels een gebruiksaanwijzing die alleen mondeling wordt doorgegeven.
‘Die deur moet je nét even zo doen.’
Of:
‘Dat werkt wel, maar alleen als je eerst…’
Vanaf dat moment weet je genoeg.
Er zijn ook plekken waarvan niemand meer precies weet of ze altijd zo waren, of in de loop der jaren langzaam zo zijn geworden.
Dat hoort bij een gebouw waarin veel gebeurt.
Een ongebruikte ruimte blijft lang mooi. Een ontmoetingscentrum heeft die luxe niet.
Hier worden tafels verschoven, stoelen bijgezet, spullen opgeborgen, weer tevoorschijn gehaald en daarna wordt gevraagd wie het allemaal verplaatst heeft.
De Meent is geen showroom.
Gelukkig maar.
Wat moet vooral blijven?
Juist daarom is het interessant om bij een nieuw gebouw niet alleen te kijken naar wat er mooier, moderner of handiger kan, maar vooral ook naar wat er in het huidige gebouw blijkbaar goed werkt.
Soms zijn dat grote dingen. Soms juist kleine.
Een plek waar mensen vanzelf gaan zitten. Een route die logisch voelt. Een hoek waar altijd iemand blijft hangen. Of iets waarvan iedereen pas merkt hoe handig het was zodra het verdwenen is.
Daarom horen we graag wat bezoekers, vrijwilligers en gebruikers belangrijk vinden.
Wat werkt goed? Wat werkt minder goed? En wat werkt volgens u eigenlijk gewoon helemaal niet?
Daar hoeft geen officieel rapport voor te worden geschreven met tekeningen, bijlagen en een inhoudsopgave.
Vertellen wat u opvalt, is voorlopig ingewikkeld genoeg.
We kunnen natuurlijk niet beloven dat iedere wens straks letterlijk terugkomt. Maar we hebben nog ruim de tijd om goed te luisteren.
De sfeer blijft
Want een gebouw kan verouderen, maar de sfeer trekt zich daar opvallend weinig van aan.
Die staat nog altijd fier rechtop. Soms leunt ze tegen de bar, drinkt ze een kop koffie en bemoeit ze zich ongevraagd met de opstelling van de stoelen.
Maar verdwijnen doet ze niet.
De muren zullen ooit veranderen.
Wat er tussen die muren gebeurt, nemen we graag mee.
